In Opdracht van Stadgenoot is Rappange & Partners al vanaf 2005 betrokken bij het herbestemmen en hergebruik van de hallen.De Stork Werkspoorhallen zijn ontworpen door Architect Van Gendt en vormden een belangrijk onderdeel van de fabriek van Werkspoor-Stork op Oostenburg in Amsterdam. De gebouwen hebben de status van rijksmonument. De vijf geschakelde hallen zijn in verschillende fases aan het begin van de 20e eeuw gebouwd. In 2001 hebben de gebouwen deze status gekregen dankzij de architectuur en de industriële geschiedenis die het complex vertegenwoordigt.De vijf geschakelde hallen zijn in fasen opgebouwd. In 1897 werd begonnen aan de bouw van de drie westelijk gelegen hallen, die ruimte moesten bieden aan de vervaardiging van scheepsmotoren. Architect en ingenieur A.L. van Gendt kreeg van het bedrijf Werkspoor de opdracht voor het ontwerp. In deze periode werd bij de bouw van industriële complexen vaak teruggegrepen op al bestaande bouwvormen.Zo doen de Van Gendthallen denken aan een middeleeuwse kerk met middenschip en zijbeuken: de middelste hal is hoger dan de twee naastgelegen hallen. Zes jaar later werd in dezelfde stijl en wederom naar ontwerp van Van Gendt, een vierde hal gebouwd op enige afstand van de andere drie. Hoewel dit een enkele hal is, doet ook deze denken aan een kerk, vanwege de knik in de daklijn.De tussenruimte tussen de twee complexen is in 1905 opgevuld met een vijfde hal, die plaats bood aan de turbinestelplaats. Dit onderdeel van het complex kenmerkt zich door een geheel andere stijl, waarin zakelijkheid en functionaliteit voorop staan. Als geheel is het complex zodoende vanuit architectonisch oogpunt bijzonder, omdat het verschillende stijlen van industriële bouwkunst vertegenwoordigt.Het complex is een icoon van de Amsterdamse industriële geschiedenis. Het industrieverleden van het Oostenburgereiland, waarop de hallen liggen, gaat terug tot 1660. Omstreeks dat jaar werd het terrein aangelegd, ten behoeve van de havenindustrie. De Verenigde Oost-Indische Compagnie legde er vanaf deze periode scheepswerven, pakhuizen en andere gebouwen aan. Toen de VOC werd opgeheven, werd de industrie door andere bedrijven voortgezet.
Een van de gebruikers van de hal, modeontwerper Hans Ubbink: