Het Hoofdgebouw of Groote museum van Artis wordt de komende jaren ingrijpend gerestaureerd en toegankelijk gemaakt voor het publiek.

Het Hoofdgebouw is het vroegste en nog steeds meest imposante Artis-gebouw. Tevens staat het op het oudste Artis terrein: het buiten Middenhof. Krap een halve hectare groot, werd dit in 1838 door de oprichters Westerman, Werlemann en Wijsmuller (“de drie W’s”) aangekocht.

Omdat de aanvangscollectie van Artis vooral uit opgezette dieren en exemplaren “op liquor” bestond, was Middenhof al binnen een jaar voorzien van een klein Museum, niet veel meer dan een houten barak. Dankzij een welgekozen ledenbestand dat talloze schenkingen deed, groeide zowel de levende als de dode diercollectie met sprongen. De bouw van een nieuw museum boven het Hoofdgebouw raakte door een tussentijds failliet van de aannemer weliswaar flink vertraagd, toch was het vijf jaar na aanvang een creatie om buitengewoon trots op te zijn.

In de hoge en lichte bovenzalen, tot halverwege de 20ste eeuw aan de buitenzijde voorzien van sierlijke balkons, stonden honderden opgezette dieren, merendeels voormalige Artis-bewoners. Langs de hoge gaanderijen waren de vogels en vleermuizen in glazen kasten op soort geordend, beneden lagen talloze schelpen en koralen in platte vitrines, langs de wanden stonden de zoogdieren achter glas. Amfibiën en vissen waren op sterk water te zien. In de enorme middenhal stonden giganten als olifant, giraffe en gewei- of hoorndragende hoefdieren op formaat gerangschikt, terwijl de reuzen-skeletten van walvissen en dolfijnen sierlijk aan de plafonds waren opgehangen. En dan was het Groote Museum aanvankelijk ook nog de bewaarplaats van fossielen, ertsen en schelpen.

De benedenzalen dienden als sociëteit voor de leden, en boven de huidige Tijgerzaal (eerder de Koningszaal geheten) aan de oostzijde woonde de gérant die de consumpties verzorgde. Maar al binnen 15 jaar bleken deze societëitszalen niet voldoende ruimte te bieden voor de vele vergaderingen, tentoonstellingen en feestelijkheden van het sterk groeiende ledenbestand, en ontwierp huisarchitect G.B. Salm de Nieuwe Ledenlokalen aan de Kerklaan.

Ook de Museumzalen vergden al spoedig flinke uitbreiding. Rond 1900 bezat Artis maar liefst 10 museumruimtes, verspreid over de hele tuin. De uiteenlopende verzamelingen kwamen gaandeweg in bezit van andere musea in de stad, terwijl de natuurhistorische collectie in 1939 eigendom werd van de Universiteit van Amsterdam. In 1947 moest tenslotte ook het Groote Museum sluiten voor het publiek, en werd de verzameling van tienduizenden dieren, dierenhuiden, balgen en botten in étappes overgebracht naar de universiteitsgebouwen aan de Mauritskade.

Toen de Gemeente in 1939 het middendeel van de Ledenkokalen aan de Kerklaan opeiste voor haar Bevolkingsregister, werd ter compensatie onder andere een restaurant-paviljoen aan de toenmalige Koningszaal toegevoegd, voorganger van de latere (1989) Flamingoserre. Toen vond ook een grondige verbouwing van de benedenverdieping plaats, waarbij onder andere de Koningszaal sterk verkleind werd en, naar het beroemde schilderij van Ch. Verlat, Tijgerzaal kwam te heten.

Begin jaren ‘50 kreeg de Oostelijke zaal, naar het statieportret van Willem III toen de Koningszaal genoemd, de eveneens als compensatie beloofde Filmzaal naast zich, waar de educatieve Artis films van AFJ Portielje en H.C. Verkruijsen werden getoond. Een schilderachtig Buffetgebouwtje viel aan deze uitbreiding ten slachtoffer.

Bij de ingang aan de straatzijde lagen oorspronkelijk twee stenen leeuwen gebeeldhouwd door JJF Verdonck, een schoonzoon van oprichter Westerman. Diezelfde Verdonck was tevens verantwoordelijk voor de vier in hout uitgevoerde Jaargetijden aan het monumentale trappenhuis dat vanuit de tuinzijde van de hal naar het Groote Museum leidt. Verdoncks stenen beelden aan de Middenlaan raakten echter in verval en zijn in 1938 vervangen door de Leeuw en de Tijger met Prooi, ‘om niet’uit Franse kalksteen gehouwen door de Artiskunstenaar Jaap Kaas. Ze waren een geschenk van het personeel, ter gelegenheid van het eeuwfeest van Amsterdamse dierentuin.

Tegenwoordig zijn de Tijger- en de Koningszaal in gebruik als representatieve feest- en vergaderzalen. De ruimtes van het Groote Museum daarboven zijn nog wonderbaarlijk intact gebleven, en ze zullen in de naaste toekomst in ere worden hersteld als het Groote Artis-Museum van de Biodiversiteit.